Alien Love Call


Halfway through the Bar Amotz show and after Sean Dower’s presentation, the front space will be given over to the incidental artist’s duo Ronald Cornelissen and Arnold Mosselman.
The work won’t be shown as much as performed – imagine the front space as a theatre without a stage. The décor occupies most of the space. Texts hang from the walls. A cardboard Mount Everest slides into the space through the window. A fake ceiling gradually collapses earthwards, hanging like an echo in the air above the quaking cardboard earth.
This cartoon landscape is the leading lady, shoving the rest of the décor (that seems suggestive of an interior) with its back to the wall. The landscape descends like an alien. The numerous narrative strands of image, text and photos don’t cohere so easily at first.

We’re left asking questions. What’s a transsexual doing in a book-lined room? How does the title of the collection of short stories from the hand of recently deceased finger-picking guitarist John Fahey “How Bluegrass Music Destroyed my Life” relate to this multi-sexual? What’s the link between deep-sea creatures and UFOs and a cupboard full of papier-maché stones? And do the photos of mountains plastered onto a bed represent a frame of mind? “Praxis” seems a response to “No More Art!”.

While “Theorie für Alle” discloses ideas about the perfect artwork. These last titles are large, copied texts written by Henry Flynt, the philosopher involved in Fluxus whose CD “graduation and other new country and blues music” was recently released – a fusion of bluegrass fiddle and drone music. The material is low -tech and the narrative sculptures UnCOOL.

Cardboard, system ceiling, wood, plastic and Xeroxed pictures – 30 x 8 x 4 m – 2001 – W139, Amsterdam, Holland – Collaboration with Arnold Mosselman.

Halverwege de tentoonstellingsperiode van Bar Amotz en na de presentatie van Sean Dower wordt de voorzaal voorzien van een nieuwe integratie van het gelegenheidsduo Ronald Cornelissen en Arnold Mosselman.
Het werk wordt niet getoond maar opgevoerd als in een theater zonder bühne. Het decor neemt de ruimte in beslag, de teksten hangen aan de muur. Een Mount Everest van karton glijdt door het raam de zaal binnen. Als een echo in de lucht hangt een gedeeltelijk naar beneden gestort systeemplafond boven de kartonnen aardverschuiving.
Dit cartoonlandschap staat centraal en schuift de rest van het decor, dat een interieur suggereert, tegen de wand. Als een Alien is dit landschap neergestreken. De verschillende verhaallijnen van de beelden, teksten en foto’s in de installatie komen op het eerste gezicht niet gemakkelijk tot elkaar.

Het roept heel wat vragen op. Wat doet een transsexueel in een boekenkamer? Is de titel van de verhalenbundel van de recent overleden fingerpicking gitarist John Fahey “How Bluegrass Music Destroyed my Life” op deze multi-sexueel van toepassing? Wat is de overeenkomst tussen diepzee- gedierte en ufo’s, én een kast vol stenen van papier-maché? En staan de bergfoto’s waarmee een bed beplakt is voor een geestesgesteldheid? “Praxis” lijkt te slaan op de kreet “No More Art!”.

Terwijl “Theorie für Alle” de ideeën over het ideale kunstwerk uit de doeken doet. Deze laatste titels zijn grote gecopieerde teksten van Henry Flynt, de filosoof die bij Fluxus betrokken was en van wie pas geleden de cd “graduation and other new country and blues music” is uitgebracht, waarin bluegrass fiddle en drone music samenkomen. Het materiaal is low -tech en de verhalende sculpturen zijn UnCOOL. Alien Love Call als de Roep van de Natuur.

Alien Love Call
Karton, systeemplafond, hout, plastic en kopieën – 30 x 8 x 4 m – 2001 – W139,  Amsterdam – Deze installatie kwam tot stand in samenwerking met Arnold Mosselman.